Naar boven

frnkfrt.net

pop.media.cultuur

Retromania als levenshouding – sprekers op Incubate DIY Conference leven in het verleden

Vroeger was alles beter. Dat is zo ongeveer de strekking van de conferentie over DIY-cultuur die afgelopen weekend als onderdeel van het Tilburgse Incubate festival werd gehouden. Die hang naar vroeger gaat ver. Op vrijdag keren hoofdsprekers Simon Reynolds en Mark Fisher terug naar de hoogtijdagen van web 2.0, zo rond 2008, om te fulmineren tegen de nieuwe mainstream van DIY-cultuur én interactiviteit als de nieuwe passiviteit. Op zaterdag houdt Robert Levine een gloedvol pleidooi vóór copyrights. Een surreële ervaring: is dit écht 2012?

“Iedereen wil toch een publiek? Wat heeft het voor zin om alleen voor jezelf bezig te zijn?”, stelt Simon Reynolds zijn toehoorders een retorische vraag. Voor de Britse popjournalist is het zonneklaar: pop, kunst, cultuur hebben een publiek nodig. Nog zo’n onderscheid: wie in z’n vrije tijd in het lokale buurthuis met andere fanaten oude folksongs gaat naspelen is een ambachtsman of -vrouw en dat is toch echt iets anders dan een artiest. Als we later in de tuin van De NWE Vorst, de locatie waar de conferentie plaatsvindt, koffiedrinken neemt Reynolds wat gas terug. “Dat zeg ik vooral als journalist”, nuanceert hij. “Het is mijn taak om continu op zoek te gaan naar nieuwe muziek die er toe doet, die vernieuwend is, of gewoon goed is. Ik heb moeite me te verplaatsen in iemand die muziek maakt en het oninteressant vindt of iemand die hoort. Zo iemand is toch geen echte artiest?”

Do It Yourself (DIY) is zijn ideologie verloren, betoogt Reynolds tijdens zijn keynote. Hij hanteert daar interessant genoeg eenzelfde redenering voor als Andrew Keen gebruikt in zijn boek ‘The Cult Of The Amateur’ – een boek dat Reynolds zelf niet heeft gelezen. Door nieuwe technologie kan iedereen media maken, legt hij uit. De professional verliest daarmee zijn status, wordt amateur, demystificeert. Vloeit voort uit de neoliberale systeem, legt hij uit. Er rest ons tegenwoordig niet veel anders dan gewoon zelf aan de slag te gaan, voor onszelf zorgen. Dat was vroeger wel anders. DIY leverde kritiek op de spektakelmaatschappij, bediende zich, overigens vaak onbewust, van de symboliek van de situationisten. Inmiddels heeft DIY geen politieke kleur meer. Sterker nog, meent Reynolds: DIY is neutraal geworden.

Dat woord – neutraal – spreekt hij met minachting uit. DIY is iets geworden van amateurs. En daar valt niet veel van te verwachten, buiten zelfexpressie. De DIY-cultuur is geen reactie meer op, maar onderdeel geworden van het systeem. Het zorgt ervoor dat mensen het juk van het neoliberalisme beter kunnen (ver)dragen. En zo laven mensen zich aan het opknappen van hun eigen huis, of het verbouwen van groenten in de achteruit, het breien van spulletjes voor de buurt, of het maken van kapotte fietsen. Werkt therapeutisch. En is ongevaarlijk voor het systeem. Dat hebben de media inmiddels ook ontdekt. Die kant van DIY wordt inmiddels commercieel uitgebaat. Afgelopen zaterdag keken meer dan 1,5 miljoen mensen naar Sterren Springen, een televisieprogramma waarin bekende Nederlanders proberen professioneel schoon te springen. Reynolds zou het programma vast een voorbeeld noemen van gedepolitiseerde DIY. Het tegenovergestelde is waar: Sterren Springen is tot op bot politiek, al ligt dat er niet zo dik bovenop als vroeger.

Van Sterren Springen naar internet is een kleine stap. Ook daar is iedereen vooral voor – en met – zichzelf en wat vrienden bezig. Reynolds verwijst naar Jonathan Sterne die in the essay ‘What If Interactivity is the New Passivity?’ beweert dat de machtsrelaties van de digitale wereld net zo hiërarchisch zijn als die van de niet-digitale (1). Interactiviteit past bij het nieuwe kapitalisme: een wereld waarin iedereen vrijelijk z’n gang kan gaan zonder werkelijk iets wezenlijks te veranderen. Sterne heeft gelijk: wanneer machtsrelaties niet wezenlijk veranderen, dan is interactiviteit niet meer dan een valse werkelijkheid. Reynolds ziet een oplossing: DIY moet DIO – Do It Ourselves. Want, zo betoogt hij, samen sta je sterk en kun je iets maken dat wél door een grote groep wordt geaccepteerd. Daarin zit ‘m het verschil tussen ambachtsman en artiest.

Simon Reynolds en Mark Fisher, de tweede spreker op de vrijdag, kunnen elkaar de hand schudden. Fisher, bekend geworden als blogger K-Punk, betoogt in zijn chaotische lezing dat autoriteit terug moet keren in onze maatschappij. Nu kan autoriteit ook bestaan in een netwerksamenleving, maar Fisher maakt duidelijk dat hij verlangt naar een vorm van hiërarchie. Terugverlangt, eigenlijk. Net als Reynolds die niets kan met het gefragmenteerde karakter van hedendaags DIY, zonder centrum, zonder hart, zonder ‘massa’. Fisher en Reynolds verlangen naar vroeger.

Neemt niet weg dat Fisher een interessante tirade houdt tegen het neoliberalisme. Zijn boek ‘Capitalist Realism, Is there no Alternative?’ is echter wel een stuk puntiger, spannender en beter beargumenteerd. Evenals het essay ‘Time-wars’ dat hij schreef voor Gonzo (circus) (2). Fisher springt te vaak met de hak op de tak, maakt argumentaties niet af en propt veel te veel gedachten in zijn verhaal. De Brit is gek op de oorlogsmetafoor. ‘We are at war’, fulmineert hij. Met het neoliberalisme, natuurlijk. Hedendaags DIY is niets anders dan een goede vriend van het neoliberalisme: het zorgt ervoor dat standaarden worden verlaagd (amateurisme), waardoor mensen zich terugtrekken van het ‘slagveld’, de plek waar het gevecht dient te worden gevoerd. DIY is mainstream geworden. Het is een product geworden dat wordt verkocht door het systeem, als amusement.

Daar heeft Fisher een punt. De ééndimensionale maatschappij zoals die is beschreven door Herbert Marcuse lijkt werkelijkheid geworden. Er is behoefte aan negativiteit, betoogt Fisher: “De hedendaagse werkelijkheid is deprimerend. De reden dat er geen cultuur meer is, geen verzet, komt door het gebrek aan negativiteit. Negativiteit is brandstof voor cultuur.” De occupy-beweging kan weinig goed doen bij Fisher. Logisch: die beweging zag niets in een hiërarchie, in één enkel verhaal. En dat is essentieel, meent Fisher. Hij groeide op met NME, waarin geschreven werd over denkers als Derrida en Baudrillard en met de kritische programma’s op televisie. Daar is niets meer van over.”Postpunk was the swan song to modernism”, zegt hij niet zonder gevoel voor theater.

Natuurlijk leggen Reynolds en Fisher de vinger op de zere plek. Zoals Robert Levine dat een dag later doet. Hij verdedigt copyrights met verve. Betoogt dat copyrights juist essentieel zijn voor DIY. Copyrights beschermen immers het scheppende individu. Dat copyrights onder druk komen te staan door de recente digitale ontwikkelingen is onzin, meent Levine. Internet heeft de wereld in de amusementsindustrie niet op z’n kop gezet, het heeft alleen de manier van distributie veranderd. En dat is toch echt maar een klein deel van wat een platenmaatschappij of uitgever doet, legt Levine uit. Enfin, lees vooral zijn boek ‘Free Ride: How Digital Parasites are Destroying the Culture Business, and How the Culture Business Can Fight Back’.

Interessant aan de drie belangrijkste keynotes op deze editie van de DIY Conference op Incubate is het cultuurpessimisme. Martijn ter Haar, hoofdredacteur van het online muziekmagazine KindaMuzik en op de zaterdag lid van een panel over de hedendaagse blogcultuur liet zich voorafgaand aan het festival ook al buitengewoon negatief uit over de Nederlandse blogosfeer (3). Er zit een duidelijke lijn in al dat pessimisme: Reynolds, Fisher, Levine en Ter Haar willen, ondanks de recente veranderingen, blijven vasthouden aan oude ideeën van hiërarchie en organisatie.

De radicale essentie van een netwerksamenleving is juist dat de bestaande hiërarchie implodeert en uiteindelijk oplost. De (her)introductie van autoriteit of het meten van de waarde van een cultuurproduct aan de grootte van het bereik, passen helemaal niet in die opzet. Ze zijn immers in de kern hiërarchisch. Ook Ter Haar zoekt in zijn stuk ook naar de grote(re) massa. De opmerking dat veel mensen geen doorwrocht artikel willen lezen is in de kern een hiërarchische constatering. In een netwerk is een dergelijke opmerking niet relevant.

En zo leek het in De NWE Vorst in Tilburg het afgelopen weekend even alsof het 2008 was, tijdens de hoogtijdagen van web 2.0. Inmiddels zijn we vier jaar verder, is web 2.0 vervangen door de volgende hype (social media), is DIY op het web alweer verdrongen door passievere mediaconsumptie en beginnen de contouren van de netwerkmaatschappij zichtbaar te worden: steeds meer media- en cultuurmakers malen niet om de massa, om een zo groot mogelijke doelgroep, om status en om gezag. Laten we hopen dat die groep volgend jaar aan het woord komt. Dit jaar wist de conferentie in ieder geval een belangrijke nieuwe ontwikkeling bloot te leggen: ook de denkers, theoretici en duiders van het nu hebben last van retromania.

DIY Conference van Incubate vond plaats op vrijdag 14 en zaterdag 15 september in De NWE Vorst, Tilburg.

Noten
1. Sterne, Jonathan. ‘What If Interactivity is the New Passivity?’. FlowTV. Volume 15, 9 april 2012. (link)
2. Fisher, Mark. ‘Time-wars’. Gonzo (circus). Issue #110, 2012. (link)
3. Haar, Martijn ter. ’37 van de “40 beste nieuwe bands van 2012” zijn kut’. KindaMuzik. 12 september 2012. (link)

Elders over de DIY Conference
Vrieze, Atze de. ‘Simon Reynolds: “DIY is de standaard geworden”, Britse schrijver spreekt tijdens Incubate Conferentie’. 3voor12. 12 september 2012. (link)
Foster, Richard. ‘Incubate 2012 – Part One with Membranes, Gnod, Simon Reynolds and Ravage! Ravage!’. Incendiary Magazine. 18 september 2012. (link)

Over Theo Ploeg

Popjunkie en socioloog. Gelooft heilig in de global village zoals McLuhan 'm ooit beschreef, maar is verder uitermate kritisch. Woont in het toekomstige hart van Europa. Droomt ervan de autobahn tussen Köln en Frankfurt onveilig te maken in een gitzwarte Opel Manta A, mét getinte ruiten, achterspoiler, verlaagde carrosserie en sportstoelen van wit skyleer. theoploeg.net.
Archief van Theo Ploeg →