Naar boven

frnkfrt.net

pop.media.cultuur

Duitslandreis halte #4: Mediaspree versus de stad die eeuwig in beweging is

“Weet je dat dit één van de hipste restaurants van Berlijn is?”, zegt Katja Hermes van Initiative Musik. We zitten aan een scheve tafel op krakkemikkige stoelen. Tijdens het snijden is het onmogelijk je buurman- of vrouw niet aan te stoten. Het restaurant heeft de uitstalling van een kraakpand. Toch: het zit bomvol. Even verderop eet Alanis Morissette met haar entourage. Ze speelt vanavond in Berlijn. Kater Holzig is Berlijn: Dreckig én toch chique.

Het is er geweldig en ja, Kater Holzig is gevestigd op een van de fijnste plekken van Berlijn, langs de Spree ergens in het niemandsland tussen Kreuzberg en Friedrichshain. Buiten is het goed toeven in de houten stellages die tot vroeg in de ochtend bezet blijven. Binnen spelen bands, draaien dj’s, repeteren muzikanten en houden kunstenaars atelier. Bovenin ligt het restaurant. Filmen en fotograferen is er verboden. De medewerker die ons rondleidt, dwingt iedereen om reeds gemaakt beeld te verwijderen. Bovenstaande foto heb ik kunnen redden. Kater Holzig moet een mythe blijven. Net als de rest van, eh, ondergronds Berlijn.

Tja, wat is er eigenlijk ondergronds in Berlijn? David Strauss weet het antwoord: “Niets”. Ja vroeger, benadrukt de Amerikaan, was Berlijn de stad waar alles kon. In 2002 trok hij naar de stad en startte er ExBerliner, een tijdschrift over Berlijn in het Engels. “Deze stad heeft helemaal niets. Tot de val van de muur speelde Berlijn geen enkele rol in economische opzicht. En eigenlijk ook niet in cultuur, al is de mythe natuurlijk groot. In de jaren negentig was Berlijn een niemandsland. Zeker het oostelijke deel. Daar stonden ontzettend veel gebouwen leeg waar je zo in kon trekken. Niemand hield je tegen of stelde vragen.” Dat is nu anders. “De gemeente wil van Berlijn een mediastad maken. Dat project wordt Mediaspree genoemd en alles moet er voor wijken.” Hij wijst naar de oude, vervallen gebouwen aan de rivier die nu bevolkt worden door creatieven. Hij schudt zijn hoofd: “die gaan allemaal verdwijnen. Er komen kantoren voor in de plaats. Kantoren voor media-, communicatie- en internetbedrijven.” Ook in Berlijn heeft het kapitalistische denken de vernieuwing de nek omgedraaid.

Nou ja, bestaat de kans dat. Berlijn is nog steeds de enige westerse metropool waar elk weekend weer nieuwe clubs uit de grond worden gestampt. Gewoon, omdat het kan. Ruimte genoeg. Daarover later meer. Aan het begin van de middag staat Sven van Thülen ons op te wachten bij de voordeur van Tresor. In zijn recente boek ‘Der Klang der Familie: Berlin, Techno und die Wende’ brengen Von Thülen en Felix Denk de geschiedenis van de Berlijnse clubcultuur na de val van de muur in kaart. Later meer bij frnkfrt over dat boek. Het spreekt voor zich dat Tresor een sleutelrol in dat verhaal speelt. De club – vernoemd naar de kluis van het voormalige warenhuis Wertheim waar de eerste feesten in 1991 van start gingen – werd een begrip. Producers uit Detroit reisden af naar Berlijn om er te draaien. De as Detroit-Berlijn werd een sterke. Die oude Tresor is niet meer. In 2005 werd het gebouw gesloopt om er, hoe kan het ook anders, kantoren te bouwen.

Inmiddels heeft de nieuwe Tresor de deuren geopend aan de Köpenicker Strasse. Tegenwoordig is de club vooral een bedevaartsoort voor toeristen, legt Van Thülen uit. De EasyJet-clubbers dus, waarover Tobias Rapp schrijft in zijn boek ‘Lost and Sound: Berlin, Techno und der easyJetSet’. Tresor is overigens niets de oudste club van Berlijn. Dat is Ufo, een illegale kelderclub in een woonhuis in het westen van de stad die in 1988 van start ging en wiens naam in korte tijd ook in het oosten bekend was. “Techno is heel belangrijk geweest voor het nieuwe Berlijn”, legt Von Thülen uit. “Techno staat voor vernieuwing, voor eenwording, voor vooruitgang, maar meer nog voor vrijheid. Iedereen deed in die beginjaren wat hij of zij wilde. Er waren geen regels, zeker niet in Berlijn. Dat zit nog steeds in het DNA van de stad.”

Toch ontkomt ook Berlijn niet aan de vervlakking die de commercie met zich mee brengt. In Watergate, een andere legendarische club aan de Spree, geven Ableton en Native Instruments presentaties van hun nieuwe software en hardware. Indrukwekkend en professioneel. Dat is de andere kant van Berlijn: business en muziek geven elkaar de hand. Daar is niets mis mee. Zeker niet. Toch voelt de manier waarop de organisatie van Berlin Music Days (BerMuDa) hun festival neerzetten als hét dance-event van de stad niet goed. Het festival, dat plaatsvindt op het terrein van het voormalige vliegveld Tempelhof in het zuiden van de stad, is inmiddels uitgegroeid tot een groot jaarlijks event, maar Berlijn is in essentie geen stad van grote events. Althans, dat ondergrondse Berlijn. Dat Berlijn waar techno groot werd en Basic Channel ontstond.

Over Basic Channel gesproken: niets daarover tijdens onze trip door de stad. Ook het legendarische nummer ‘Wir Bauen eine neue Stadt’ van Palais Schaumburg uit begin jaren 1980, met kopstukken Holger Hiller, FM Eindheit, Thomas Fehlmann en (later) Moritz von Oswald in de gelederen, blijft ongenoemd. Tja, wie de elektronische muziekcultuur van Berlijn in één dag wil laten zien moet keuzes maken. Ook over Phase 3 – van het legendarische ‘Der Klang der Familie’ uit 1992 – wordt gezwegen. Einstürzende Neubauten komt wel langs. Al is het in de bijzin en tijdens het bezoek aan de Hansa Tonstudios niet ver van het nieuwe economische hart van de stad: Potsdamer Platz. Hier namen U2, Depeche Mode, David Bowie, Modern Talking, Nick Cave, Einstürzende Neubauten en Boney M hun platen op. Het geluid van de studio is legendarisch. Er is zelfs een software-plugin om het digitaal na te bootsen.

En nog steeds is de studio in trek. Het laatste album van REM werd er bijvoorbeeld opgenomen. Komt niet in de laatste plaats door het enorme assortiment oude apparatuur dat er nog te vinden in. De toonzaal op de eerste verdieping spreekt het meest tot de verbeelding. Hier sleepten onder andere David Bowie en Iggy Pop al hun apparatuur heen omdat het geluid er zo goed was. Destijds zat er nog een ijzeren constructie onder het plafond. De staat van het gebouw was zo slechts dat er regelmatig stukken loslieten, zeker wanneer er flink lawaai werd gemaakt. Martin Gore van Depeche Mode zong er in de jaren tachtig naakt zijn zanglijnen in. En ondanks dat de zaal nu geluidstechnisch flink is opgeknapt en beter klinkt, blijven de artiesten die oude staat kennen erbij: het geluid van toen was veel beter.

Ach, nostalgie. Berlijn zelf speelde een voorname rol in de aantrekkelijkheid van de Hansa Tonstudios. Grote sterren konden in het afgesloten West-Berlijn zijn wie ze wilden zijn, dat in tegenstelling tot in de rest van de westerse wereld waarin hun leven onder een vergrootglas lag. Ook voor de val van muur was Berlijn een plek voor creatieve vrijheid doordat het was afgesloten van de rest van de wereld, al gold dat alleen voor het westen van de stad. Later hervond U2 zich er en nam er het album Achtung Baby op. Genoeg verhalen te vertellen over de legendarische studio’s. De andere journalisten en ik krijgen er geen genoeg van. Evenals de voorafgaande dagen worden we overvoerd met details. Vermoeiend, maar interessant. Rust krijgen we niet. Al ligt dat aan onszelf. Tijdens de boottocht over de Spree is het goed toeven op het deck. De zon schijnt, het bier is koud.

Toch lonkt het benedendek. Daar stellen drie jonge acts zich voor. Wunderbar heeft de showcase die Initiative Musik heeft georganiseerd. Aan boord zijn kopstukken uit de Berlijnse muziekcultuur. Allemaal hebben ze een brochure met foto’s en omschrijvingen van ons journalisten in de hand. Een beetje raar. Een meisje dat een van de speelde artiesten vertegenwoordigt, komt op me af en geeft me de hand. “Als ik mezelf voorstel en mijn naam noem, lacht ze: “dat weet ik al”. Ze zwaait met de brochure. Alejandro Cohen uit Los Angeles komt op me af en fluistert in mijn oor: “wauw, deze boottocht draait om ons! Dat is toch bizar?” Ja, dat is bizar. We worden bijzonder serieus genomen. Eerder die dag lunchen we op het Ministerie van Binnenlandse Zaken met de directeur van het ministerie en die van het Ministerie van Economische Zaken. Hele deftige bedoening. De speech van de minister is goed voorbereid: hij leest de kaartjes die voor hem liggen voor alsof hij ze zelf heeft geschreven. Soms richt hij het woord tot ‘onze Japanse vriend’ of ‘onze vriend uit India’. Het improviseren gaat ons goed af. Als de minister zich met een vraag over Japan richt tot Soo Lee uit Seoul, Zuid-Korea, geeft die gewoon netjes antwoord.

John Doran heeft het moeilijker. Samen met Alec Luhn van de Moskou Times, die naast me zit, observeer ik hem. Hij kijkt ons aan maar reageert niet op onze signalen. “Ik sliep met mijn ogen open”, verklaart Doran later die middag. Gelukkig stootte de Poolse journalist en dj Filip Kalinowski hem om de paar minuten onder de tafel aan, “anders was ik met mijn hoofd in het bord soep gevallen”. Ach, zullen ook de spanningen zijn geweest. Aan boord van de boot valt alle spanning van ons af. Wat wil je nog meer: zon, water, bier, muziek en de kust die langzaam aan je voorbij trekt. De drie bands spelen elk een set van een minuut of twintig. De mooie elektronische popliedjes van Me And My Drummer – Charlotte Brandi en Matze Pröllochs – houden het midden tussen Goldfrapp en Lamb. Minder theatraal dan de eerste, uitsprokener dan de tweede. Helemaal overtuigen doet I Heart Sharks nog niet. Daarvoor klinkt het drietal nog iets te veel als Digitalism. Potentie is er zeker: de combinatie van Duitse en Engelse zang is fijn. Single ‘Neuzeit’ is een plaatje.

Beste act? Zonder twijfel Douglas Greed. De labelbaas van platenlabel Freude am Tanzen uit Jena sluit aan bij de huidige trend van rave-esthetiek: traag, moody en melancholisch. Ergens tussen Portable, Scuba en John Talabot in. Met percussionist Fabian Kuss en zanger Michael Nagler bouwt Greed een perfect feestje. Luister ook vooral even naar de Storytelling EP die eerder uit is gekomen bij het International Deejay Gigolos platenlabel en album KRL dat begin dit jaar is verschenen. De promo heeft maanden op mijn stapel ‘nog te luisteren’ geleden. Is er niet van gekomen. Vanaf nu toch een beter promo-management gaan voeren dus.

Vermoeid schuiven we ‘s avonds aan de wankele tafels in Kater Holzig, maar niet voordat we bijgepraat worden over de toekomstplannen van de, eh, club. Een aantal jaar geleden werd Kater Holzig verbanden van de andere kant van de Spree. Destijds onder de naam Bar 25 een begrip in hip Berlijn. Het huidige pand dient over een jaar al weer te zijn verlaten. Nieuwe locatie? De plek waar Bar 25 ooit stond. De ideeën zijn utopisch: Der Holzmarkt, zoals het project gaat heren, wordt een plek waar cultuur, ondernemerschap, duurzaamheid en natuur bij elkaar komen. Er is plek voor een park, club, hotel, ondernemingen en restaurant. Eigenlijk een dorp in de grote stad. Prachtig idee en de plannen zien er goed en gedegen uit.

Maar of het er gaat komen? Hangt ook af van de gemeente. Holzmarkt is immer dat andere Berlijn, dat autonome Berlijn. Kortom, het Berlijn waar Mediaspree een einde aan moet gaan maken. Genoeg stof tot nadenken tijdens het afdansen in de pas vorig weekend geopende club Chalet. Niet meer dan een grote huiskamer waar het stokoude behang nog aan de muren hangt. Van weer andere oud-eigenaren van Bar 25. En zo blijft Berlijn vooralsnog de stad die eeuwig in beweging is.

Links
Duitslandreis halte #1: over Kompakt, Wolfgang Voigt en veel Kölsch.
Duitslandreis halte #2: krautrock, mode en de theorie van popmuziek.
Duitslandreis halte #3: stadsontwikkeling en verleden als speelbal in Hamburg.
Duitslandreis #5 (slot): wat hebben Melt! en Bauhaus gemeen?.
Overzicht van de Duitslandreis in foto’s gemaakt door Alec Luhn (Moskow Times).
Overzicht van de Duitslandreis in foto’s gemaakt door John Doran (the Quietus).

Spotify-playlist die ik maakte voor Initiative Musik Duitslandreis met acts uit en (wonend) in Duitsland.

Over Theo Ploeg

Popjunkie en socioloog. Gelooft heilig in de global village zoals McLuhan 'm ooit beschreef, maar is verder uitermate kritisch. Woont in het toekomstige hart van Europa. Droomt ervan de autobahn tussen Köln en Frankfurt onveilig te maken in een gitzwarte Opel Manta A, mét getinte ruiten, achterspoiler, verlaagde carrosserie en sportstoelen van wit skyleer. theoploeg.net.
Archief van Theo Ploeg →